Dat planten geur afgeven met hun bloemen, weet iedereen. Maar dat bladeren, stengels en zelfs wortels geurstoffen afscheiden, is veel minder bekend. Bij infecties of insectenvraat communiceren ze op die manier met andere delen van de plant, of met naburige planten, om hun afweer te activeren. Die geurprofielen bieden telers een nieuwe detectiemethode voor ziek pootmateriaal. Een door de UvA-geleid consortium werkt die veelbelovende aanpak uit in het project Vluchtige vingerafdrukken.
Leveranciers van pootmateriaal willen geen ziek materiaal in hun leveringen. Vroege detectie van zieke knollen en bollen is dus van strategisch belang. “Er wordt in het veld al heel veel geselecteerd op zieke planten. Maar met het menselijk oog haal je lang niet alle zieke planten eruit. De knollen daarvan rooi je dan toch mee”, vertelt Lotte van Dueren den Hollander, Coördinator Kennis & Innovatie bij BO Akkerbouw. “Telers van pootmateriaal zijn daarom geïnteresseerd in nieuwe methoden om ook het restant aan ziek pootmateriaal te kunnen verwijderen.”
Het project Vluchtige Vingerafdrukken startte officieel halverwege 2025, maar er ging al twee jaar aan voorbereiding aan vooraf. Daarin stelden onderzoekers onder leiding van universitair docent Silke Allmann van de UvA vast dat de methode effectief is bij aardappels onder laboratoriumomstandigheden. De onderzoekers plaatsen meerdere knollen in een container samen met een magneetstaaf (een ‘boontje’) waarop een absorberende coating is aangebracht. Na twintig minuten halen ze het staafje eruit en de geurstoffen die zijn blijven hangen, worden daarna geanalyseerd in een gaschromatograaf. Zo zijn geurprofielen te maken van gezonde knollen en van knollen die ziek zijn gemaakt. Die geurprofielen verschillen van elkaar en geven dus een indicatie van de gezondheid van een aardappel. Allmann: “Het blijft wel zo dat knollen in vergelijking met planten veel minder geurstoffen afgeven. Het zijn echt minuscule hoeveelheden en we zitten altijd aan het randje van wat we nog net kunnen detecteren met onze apparatuur.”
Automatisering nodig
In de periode tot 2029 onderzoeken de wetenschappers van de UvA, samen met de consortiumleden BO Akkerbouw, Vertify, Amsterdam Green Campus en verschillende telers, of ze uit deze laboratoriumproeven ook een betrouwbare detectiemethode kunnen ontwikkelen die uiteindelijk praktisch toepasbaar is in de dagelijkse praktijk van de pootgoedtelers. Het laboratoriumproces kent nu nog veel handmatige stappen en dat moet dus in ieder geval vergaand worden geautomatiseerd. “Vervolgens is het echt belangrijk om te kijken wat het moment tijdens het opslagproces is waarop we de grootste verschillen zien.” Dat kan bijvoorbeeld vlak na het rooien zijn, na enige tijd van opslag of juist vlak voor het ontkiemen.
Er is ook nog onvoldoende bekend of de geurprofielen veranderen onder invloed van de verschillende kweekomstandigheden van het pootmateriaal. Zo kan de plant ook stress ervaren door tijdelijk gebrek aan water, door periodes van hitte of door insectenvraat. Die situaties hebben mogelijk effect op de samenstelling van de stoffen in het geurprofiel. Daarnaast gaan de onderzoekers na of verschillende aardappelrassen wel hetzelfde reageren op overeenkomstige stressfactoren.
Uitbreiding naar andere gewassen
Een zijspoor van het onderzoek dat Allmann graag wil verkennen, is het detecteren van zieke planten in het veld met de geurprofielen. “Door de hogere concentraties die de plant afgeeft is de meting gemakkelijker, maar dan zit je wel in het veld, wat de werkomstandigheden moeilijker maakt dan wanneer je in de schuur al het materiaal bij elkaar hebt.” Bovendien is nog altijd niet helemaal zeker of een zieke plant ook altijd zieke knollen geeft. Deze aanpak heeft daarom geen prioriteit gekregen.
Wanneer de detectiemethode met geurprofielen in de praktijk werkt voor aardappeltelers is een uitbreiding naar andere gewassen een volgende stap. “Daarom maakt, naast twee pootaardappelboeren, ook een tulpenbedrijf deel uit van het consortium”, benadrukt Allmann. Ze merkt veel enthousiasme vanuit de sector voor dit project. “Het is superleuk dat die bedrijven al zo vroeg bij zoiets fundamenteels betrokken willen zijn.”
Het project Vluchtige Vingerafdrukken ontvangt financiële ondersteuning van TKI Agri&Food, Rabobank, Hagelunie, AgriTech Capital – Greenport NHN en BO Akkerbouw.
Deel dit bericht


